Atopie
Wat is atopie?
Atopie is een aandoening die te maken heeft met allergieën voor omgevingsstoffen.
Deze stoffen, “allergenen” genoemd, kunnen pollen, plantaardige of dierlijke vezels, huisstofmijt of schimmels zijn. Ze worden via de huid en luchtwegen in het lichaam opgenomen. Ook materialen en stoffen zoals wol en tabak kunnen een allergische reactie uitlokken.
Dieren met een atopie kunnen jeukklachten ontwikkelen wat zich uit in krabben, likken en/of schuren. Met name de oren, snuit, poten, oksels en/of liezen raken aangetast. Hierdoor kunnen ontstekingen aan de huid (dermatitis) ontstaan en zijn secundaire infecties met gisten en/of bacteriën mogelijk. Er ontstaat vaak een vicieuze cirkel van jeuk-krabben-huidlaesies-jeuk.
Waarschijnlijk bestaat er een genetische gevoeligheid, vandaar dat we bij bepaalde rassen vaker klachten van een atopische dermatitis zien.
Testen op atopie
Atopische dermatitis is een klinische diagnose. Dit wil zeggen dat de diagnose wordt gesteld door eerst andere oorzaken van jeuk uit te sluiten, zoals parasieten (bijvoorbeeld vlooien of mijten), schimmels of een voedselovergevoeligheid/-allergie.
Daarnaast kunnen allergieën in combinatie voorkomen, bijvoorbeeld dat er sprake is van zowel een voedselallergie als een atopie.
Als andere mogelijke oorzaken van jeuk zijn uitgesloten, kan er een allergietest gedaan worden. Meestal is dit een bloedonderzoek.
Met dit bloedonderzoek, het zogenaamd serologisch onderzoek, wordt de hoeveelheid antistoffen tegen een bepaald allergeen gemeten.
Behandeling van atopie
Het doel van de behandeling is om de klachten onder controle te houden zodat het dier zo min mogelijk last heeft van zijn allergie.
Het mooiste zou zijn om alle irriterende allergenen uit de omgeving te verwijderen, hetgeen vaak niet mogelijk is. Het is van belang om dieren met atopie (en ook álle andere honden en katten in huis) gedurende het hele jaar optimaal te behandelen tegen vlooien. Dit om te voorkomen dat door vlooien de jeuk onnodig toeneemt.
Ondersteunende maatregelen die nog genomen kunnen worden in huis zijn een goede ventilatie en materialen (zoals kleedjes, kussenhoezen e.d.) regelmatig wassen op 60 graden. Daarnaast hebben we een spray voorhanden die goed werkzaam is tegen huisstofmijt.
Een goede huidbarrière is belangrijk bij deze aandoening, zodat de allergenen (maar ook bacteriën en gisten) minder gemakkelijk de huid kunnen doordringen en beschadigen. Dieren met een allergie hebben al een huid die veel gevoeliger is voor uitdroging en infecties.
Soms wordt een shampoo of mousse gebruikt. Ook kunnen sprays, speciale doekjes, pipetten, voedingssupplementen of speciale voeding ter ondersteuning gebruikt worden.
Het is belangrijk om eventuele infecties te behandelen. Ze gaan namelijk niet vanzelf over en geven op zichzelf ook weer jeuk. Secundaire infecties met bacteriën en gisten moeten vaak behandeld worden met medicatie. Dit kan met zalf of een gel, maar vaak zijn daarnaast ook nog tabletten of injecties nodig om de jeuk tegen te gaan en de ontstekingsreactie te remmen.
Een mogelijke therapie is hyposensibilisatie of desensibilisatie. Hierbij worden regelmatig injecties toegediend met de allergenen waarvoor het dier allergisch is. Na verloop van tijd zullen de meeste honden minder heftig reageren als ze in contact komen met deze allergenen.
Hyposensibilisering
Met hyposensibilisering wordt een allergeen specifieke immunotherapie bedoeld.
Als uit het bloedonderzoek blijkt dat er sprake is van atopie, kan aan de hand van deze uitslag een immunotherapie gestart worden.
De behandeling bestaat uit een reeks injecties met verdunde allergenen die worden gegeven om de patiënt minder gevoelig voor zijn allergieën te maken. Het werkt zo niet alleen symptomatisch, maar pakt ook de oorzaak aan.
De resultaten zijn variabel, maar de meeste patiënten (60-75%) hebben baat bij de injecties en treedt er een vermindering van de klinische symptomen op.
Zodra de therapie gestart is, wordt het hele jaar door behandeld, ook in de maanden waarin er normaliter geen tot weinig klachten zijn (dus zonder onderbreking).
Het duurt minimaal enkele maanden voordat de tolerantie voor allergenen zich kan gaan ontwikkelen. Vanaf 6 maanden behandelen beginnen de klinische symptomen vaak af te nemen. Dit kan echter ook tot 12 maanden duren.
Klinische symptomen kunnen altijd weer opflakkeren. Mogelijke oorzaken zijn het ontstaan van nieuwe allergieën, combinaties van allergieën (bijvoorbeeld een gelijktijdige voedselallergie), een vlooieninfectie etc. Indien dit gebeurt, is het van belang om contact met ons op te nemen, zodat we (zo nodig met ondersteuning van medicatie) de klachten weer onder controle kunnen krijgen.
Vaak is de therapie levenslang nodig.
Voor uitgebreide informatie over immunotherapie bij atopie klik op onderstaande link: